Git commando's - nadia2603/stage-maykin GitHub Wiki
git commit -m "commit message":
Maakt een commit met een beschrijving.
Zelfde als in GitHub Desktop: je slaat wijzigingen op in de lokale repository met een bericht.
git commit --amend:
Past de laatste commit aan (bijvoorbeeld om een fout in het bericht of vergeten wijzigingen toe te voegen).
git reset HEAD~:
Verwijderd de laatste commit en zet die weer terug
git clone <url>:
Kopieert een bestaande repository naar je lokale computer.
In GitHub: klik op Code, kopieer de URL en gebruik dit in de terminal.
git status:
Toont welke bestanden zijn gewijzigd, nieuw zijn of klaarstaan om gecommit te worden.
git add <bestand>:
Voegt een specifiek bestand toe aan de staging area (klaar voor commit).
git add .:
Voegt alle gewijzigde bestanden toe aan de staging area.
git reset HEAD <bestand>:
Haalt een bestand uit de staging area, zonder de wijzigingen te verwijderen.
git stash:
Zet wijzigingen tijdelijk opzij.
git stash pop:
Haalt de laatst opgeslagen stash weer terug en verwijderd hem uit de lijst.
git stash apply:
Hetzelfde als pop alleen blijft hier de stash in de lijst.
git stash list:
Laat alle opgeslagen stashes zien.
git push <remote> <branch>:
Stuurt de lokale commits naar de externe repository.
<remote> = externe repository (standaard: origin)
<branch> = branch waar je naartoe pusht
Opties:
--all → pusht alle lokale branches
--force → forceert het pushen, zelfs als Git een conflict ziet
--tags → pusht alle tags naar de remote
Je kan git push gebruiken als je al op de main zit. Dan hoef je niks erachter neer te zetten.
git pull <remote> <branch>:
Haalt wijzigingen op van de externe repository en voegt ze samen met je lokale repository.
Combineert git fetch + git merge. Voorbeeld: git pull origin feature-feature-branch
git fetch <remote>:
Haalt alleen wijzigingen op van de externe repository zonder ze samen te voegen.
Updates komen in de externe tracking branches.
git branch:
Toont alle lokale branches.
git branch <branch-name>:
Maakt een nieuwe branch aan.
git branch -d <branch-name>:
Verwijdert een branch.
git checkout <branch>:
Wisselt naar een andere branch.
git checkout -:
Terug naar de vorige branch waar je op zat.
git checkout -b <branch>:
Maakt een nieuwe branch en wisselt er direct naartoe.
git switch <branch>:
Moderne manier om van branch te wisselen (zelfde als checkout).
git switch -c <branch>:
Maakt een nieuwe branch aan en switcht er direct naartoe.
git log:
Toont alle commits chronologisch.
git log --oneline:
Compact overzicht van commits (1 regel per commit).
git show <commit>:
Toont details van een specifieke commit.
git diff
Laat zien wat er veranderd is in bestanden sinds de laatste commit.
git blame <bestand>:
Laat per regel zien wie de laatste wijziging heeft gedaan en in welke commit.
git revert <commit>:
Maakt een nieuwe commit die een eerdere commit ongedaan maakt (veilig voor remote).
git checkout -- <bestand>:
Herstelt een bestand naar de laatste commit (verwijdert lokale wijzigingen).
git reset <commit>:
Zet je repository terug naar een eerdere commit.
git reset --soft <commit>:
Commits verdwijnen uit geschiedenis maar wijzigingen blijven in staging.
git reset --mixed <commit>:
Commits verdwijnen en wijzigingen blijven in werkmap.
git reset --hard <commit>:
Alles wordt teruggezet en wijzigingen zijn helemaal weg.
git restore <bestand>:
Herstelt een bestand naar de laatste commit en maakt lokale wijzigingen ongedaan.
git restore --staged <bestand>:
Haalt een bestand uit staging (maar behoudt de wijzigingen).
git tag:
Toont alle tags.
git tag <tag-name>:
Maakt een nieuwe tag aan bij de huidige commit.
git push origin <tag-name>:
Stuurt een tag naar de remote repository.
git push origin --tags:
Stuurt alle tags naar de remote repository.
git remote -v:
Toont de verbonden remote repositories en hun URL’s.
git remote add <naam> <url>:
Voegt een nieuwe remote repository toe.
git remote remove <naam>:
Verwijdert een remote repository.
git merge <branch>:
Voegt een andere branch samen met je huidige branch (maakt meestal een merge commit).
git rebase <branch>:
Zet je commits “bovenop” een andere branch voor een schonere geschiedenis.
git rebase -i HEAD~n:
Interactieve rebase (commits herschrijven, samenvoegen of aanpassen).
git cherry-pick <commit>:
Neemt één specifieke commit over van een andere branch naar je huidige branch.
git cherry-pick --continue:
Gaat verder nadat merge conflicts zijn opgelost.
git cherry-pick --abort:
Annuleert de cherry-pick en zet alles terug naar de vorige staat.
git cherry-pick -n <commit>:
Voert de wijzigingen uit zonder direct een commit te maken.
git cherry-pick -x <commit>:
Voegt de originele commit hash toe aan het commitbericht.
git rm <bestand>:
Verwijdert een bestand uit Git én uit je project.
git rm --cached <bestand>:
Verwijdert uit Git, maar laat bestand lokaal staan.
git mv <oud> <nieuw>:
Hernoemt/verplaatst een bestand binnen Git.
git merge --abort:
Stopt een merge bij conflicten.
git rebase --abort:
Stopt een rebase.
git rebase --continue:
Gaat verder na conflict-oplossing.
git mergetool:
Opent tool om conflicten visueel op te lossen.